Funkel

Funkel

Ik had beter moeten weten. Experimenteren in de keuken wanneer de kinderen het zaag hebben. Ferre vooral omdat ‘m tandpijn heeft. Goed, hij is ook wel heel zielig. Een gaatje dat nog niet dicht gemaakt mag worden omdat het daaronder ontstoken is. Dus een hele week antibiotica en proberen rechts te eten. En dat soms vergeten. En Tihune, tja, die zeurt vooral om dezelfde reden: omdat Ferre tandpijn heeft. Ze kijkt zo op naar haar broer dat ze liefst alles hetzelfde zou hebben. Poema, geen rokjes, zwart in plaats van roze, en zelfs tandpijn en bijhorend gejammer. Horendol wordt ge daar van, ik kan het u verzekeren. Zeker als ze dan ook nog eens beginnen bekvechten om wie het meest recht heeft om te zeuren.

Dan liggen ze daar. Alletwee uitgeteld van een hele dag spelen in de warmte. Tussen het zeuren in, liggen gapen naar een tekenfilm waar een kat en een muis elkaar proberen uit te moorden. Lastig worden op elkaar omdat ze een dekentje delen, of omdat de ene voor het beeld van de andere staat. Op zo’n moment, dan is toch niks van wat ik op tafel zet naar hun goesting. Tenzij het van de frituur of den italiaan komt.

Dus experimenteerde ik toch. Met een onuitgesproken Nah! in het achterhoofd. Ferre wou in eerste instantie niet eens aan tafel komen toen hij hoorde wat ik gemaakt had. En Tihune, die beantwoordde het aanblik van haar bord met Tjoene genoeg en ze schoof het van haar af. Ik vond het er nochtans niet ZO vreselijk uit zien. Er van uit gaande dat kinderen niet echt hoge eisen stellen aan bordschikking enzo.

Verse zalm met viskruiden van de wereldwinkel. Hollandaisesaus die vooral naar boter smaakte. Pasta om de vrede te bewaren. Mijn kinders hebben om een of andere reden niet graag pattatten. Tenzij ze langs de frietpot gepasseerd zijn, uiteraard. En zalm, dat hebben ze eigenlijk heel graag. Gerookt dan wel. Dat deze zalm eigenlijk van dezelfde vis komt als die gerookte, dat vinden ze eigenlijk moeilijk te geloven. Ferre dacht zelfs dat het woord zalm gewoon twee betekenissen had, zoals bloem.

En dan het experimentje er nog bij: venkel gestoofd met ui en appeltjes en tijm. Zomaar, omdat ik het in mijne kop kreeg dat die smaken misschien wel bij elkaar zouden passen. Waarschijnlijk heb ik hiermee op meniger sterrenchefmaag getrapt, maar ik vond het zowaar nog best lekker. Fris ook. Ideaal voor een dag als vandaag.

Uiteindelijk hebben ze allebei geproefd. Zonder gekokhals, neusdichtknijperij of drie glazen water achteraf. Da’s al een overwinning op zich. En daarna begonnen ze pasta met hollandaise te eten. Dat is de afspraak bij mijn experimentjes of als ik weet dat ze iets echt niet graag lusten. Altijd van alles één hapje proeven, en voor de rest zijn ze dan vrij om te kiezen van hun bord. Maar ik vond het toch zonde om de rest weg te gooien.

Dus deden we een wedstrijdje. Ik deed m’n ogen dicht en ging raden wat ze in hun mond staken. Ze mochten met hun mond open eten zodat ik goed kon horen hoe het klonk. Dat vonden ze al geweldig op zich. En uiteraard riep ik steeds Pasta!, wetende dat ze geen van beide goed tegen hun verlies kunnen. Na een hap of drie ging er bij Tihune stiekem een stuk zalm binnen. En bij Ferre wat venkel met appel. Hilariteit alom toen ik steeds verkeerd Pasta!  raadde. En vol ongeloof uitriep dat dat niet anders kon, omdat ze de rest toch niet graag lusten.

Oei, zei Ferre na een tijdje. Nu kunnen we wel niet meer winnen. We hebben alleen nog maar pasta over!  Toen heb ik toch moeite moeten doen om geen overwinningsdanske te placeren. Ik heb nog even gedacht om nog wat op hun bord bij te scheppen van de venkel, maar durfde m’n geluk toch niet te erg op de proef te stellen. Dus raadde ik daarna maar Venkel! en Zalm! Iedereen content, ik niet in het minst.

We hebben al lang niet meer zo’n fun gehad aan tafel. En dat allemaal dankzij de venkel.

Foeniculum in’t wetenschappelijks. Funkel voortaan, in’t Ferkatelisters.

Wisjtahetje

Wisjtahetje

Ik had zo af en toe wat Spreuksels beloofd. Enfin. Niet dat iemand daar eigenlijk om gevraagd heeft, laat staan beloftes heeft afgedwongen. Maar zoonlief zijn passie voor flauwe rijmpjes is best besmettelijk. Ik kan het gewoon niet laten.

Met vioolmuziek loeihard op teevee

Verschijnt daar plots een ree of twee

Maar onweer dat kinderen doet huilen

Doet ook reeën weer schuilen 

Het zit zo. Ik was met Ferre naar de Elisabethwedstrijd aan het kijken. Een beetje per ongeluk. Dat verscheen na de woensdaagse Ketnettraktatie en ik mocht het onder geen beding afzetten toen de vioolmeester begonnen was. Want dadis dus echt keispannend mama. Maar het duurde wat lang en eigenlijk moest hij dringend gaan slapen. Dus beloofde ik dat ik de teevee op z’n luidst zou zetten zodat hij er boven in bed nog naar kon luisteren. En zonder zwanzen, meteen nadat ik de teevee zo luid zette, kwamen er twee reeën uit het bosje aan de overkant van ‘t straat. Op het ritme van Bouchkov’s Beethoven.

Ferre was overmatig enthousiast. Tihune, die op dat moment alweer anderhalf uur aan het zingen was in haar bed en dus ook klaarwakker voor het raam mocht komen staan, die begreep al die drukte niet echt. Toch niet zoveel specialer dan de koe die nog geen 100 meter verder staat, zag ik haar denken. Maar Ferre kon haar er wel voor warm maken. Witstaarthertjes, noemde hij ze. Omdat reetjes zo gek klinkt en bambiekes te kinderachtig. Dus vroeg ze of ze er morgen eentje mee naar school mocht nemen. Wisjtahetje inne auto. Tone aan ‘e kindjies. Hmmm. Leuk idee. Zou zeker succes hebben. Maar toch maar niet.

Ik beloofde in plaats daarvan naar buiten te rennen voor een foto. Maar tegelijk sloeg de donder. Dat van die huilende kinderen in de spreuksel, dat zijn niet die van mij trouwens. Dat is gemiddeld genomen. Mijn kinders zijn gebrainwasht om wild te zijn van onweer. Ik vertelde Tihune, net als Ferre enkele jaren geleden, dat de wolken dan héél hard tegen elkaar botsen en dat dat de donder is. Toen begon het stevig te regenen. Te drasjen gelijk ze zeggen. Oei. Zei madam. Wowwekjes kapot ebotsjt. Alle regen uitvalt. Voila. Een echte wolkbreuk dus. En toen spurtten de reeën weer richting bos.

Gelukkig had ik nog een foto van vanochtend, toen ik ook al gelijk een klein kind op blote voeten de deur uit liep.

Over de kwaliteit van die foto gaan we zwijgen. Zooooo dicht stonden de beestjes nu ook weer niet. Voor wie hier graag wat scherpere foto’s zou zien verschijnen die niet op ne Monet lijken, heb ik een woord of drieënhalf:

Tram 3. Telelens. Macrolens.

Voor al de rest moet u bij Eli zijn. Om te zorgen dat dat spul past op mijne kodak. En opdat ik er geen drie van elks krijg.

En nu ga ik terug voor het raam zitten. Wie weet komen ze wel terug, de wisjtahetjes.

V

V

Ik was mij weer kwaad aan het maken. Zomaar zonder aanleiding hoor. Had helemaal niéts te maken met het feit dat die twee kadees van mij in een onbewaakt moment bolletjes aan het kneden waren geweest van het wit van hun boterhammen. En daar een sneeuwballengevecht mee hielden. En zo de kan water omver stootten.

Ik weet niet of het mijn Sidonia impressie was. Bril afzetten en heel diep inademen. Of een zichtbaar kloppende halsslagader. Of een déjà-vu naar de vorige keer dat mama ontplofte. Wat het ook was, Tihune zag het gevaar aankomen. En vond meteen mijn derde knoppeke. Het vertederingsknoppeke.

Hoe dat werkt? Wel, stel u gewoon het volgende voor. Net op het moment van de afgezette bril en bliksemende ogen.

Vriend!

Zei ze er bij.

Probeer dàn maar eens kwaad te blijven.

Ik daag u uit.

Gelukkig?

Gelukkig?

Vandaag keerden we de rollen om. Ferre mocht met mij op stap, Tihune met papa. Tihune was daar nu niet meteen van overtuigd, maar Ferre had dringend nood aan een portie mamavoorhemalleen, dus beten we door. Ik had er ook wel zin in. En uiteindelijk was Tihune al gauw gesust toen bleek dat ze met papa naar zijn werk mocht gaan kijken. Voor degenen die niet precies weten wat Eli doet: volgens Ferre werkt papa in een café. Of dat dat een accurate beschrijving is, laat ik in het midden, maar er is alleszins limonade en veel plaats om te dansen. En dat is genoeg voor ons mie.

Ferre mocht helemaal kiezen wat we deze voormiddag zouden gaan doen. Echt helemaal. Hij wist het niet goed. Dus gaf ik wat opties. Niets kon hem echt overtuigen. Tot ik liet vallen dat we misschien natuurfotograafje konden gaan spelen. Verkocht! Daar moest hij niet eens over nadenken. En zeg nu zelf, dat is toch een natuurtalent.

Terug thuisgekomen, hadden we de rust nog een uurtje voor onszelve. We genoten van aardbeitjes op het picknickdeken, mierenpootjes over een boek en meesjes in het appelboomhuisje. Met het fototoestel bij de hand, uiteraard. En laat het hiermee duidelijk zijn dat Ferre nu al beter is met de kodak dan zijn mama.

Maar Ferre zou Ferre niet zijn als hij gewoon een uur buiten zou liggen. Dus ging hij wat slingeren. Het leven van een vijfjarige jongen is toch fantastisch eigenlijk.

Weer verenigd met zus, gingen we naar de kikkervisjesvijver met speeltuin in annex. We hebben alleen maar fijne herinneringen aan die plek. En vandaag werd dat alleen maar mooier. Ik was wel content dat ik reservekleren bij had. Al had ik niet aan ondergoed gedacht. Maar ik had ook niet aan de glijbaan gedacht. En nee, die wazige foto daar rechts is geen product van mijn onhandigheid met de kodak.

En toen we dan eindelijk bij de felbegeerde speeltuin kwamen, herinnerde Tihune zich dat ze me in de voormiddag gemist had. Ze had me niet gelukkiger kunnen maken. Terwijl Ferre zich amuseerde met zand, droog deze keer, bleef ze lekker bij mij zitten. Gewoon lekker knuffelen. En in slaap vallen.

Da’s niet niks. Het is vandaag exact acht maand geleden sinds ze dat deed. 19 september, de rit van het Toukoul naar onze lodge. Vreselijk moeilijk. Hartverscheurend huilen en tenslotte wegvluchten in slaap. Acht maanden is ze bij ons, en voor het eerst mocht ik haar volledig op haar gemak in slaap sussen op m’n schoot. Geen onrustige slaap, op de vlucht van die nieuwe ouders waar ze niet om gevraagd had. Nee, een gewone, uitgeputte kleuterslaap, zoals je ze overal ziet en waar ik al die maanden toch wel lichtjes jaloers om was.

Er was vandaag bijzonder veel moois dat me op en top gelukkig maakte. Een vijfjarige zoon die geniet van het maken van schitterende insectenfoto’s. Een hoopje reeënstrontjes in den hof. Een boek in de zon. De terugkeer van een verloren gewaand kuikentje. Twee schatten van kinderen die samen kikkervisjes vangen. Maar wat maar blijft nazinderen is mijn pracht van een driejarige dochter die opgekruld tegen m’n borst haar oogjes even sloot. Vijftien heerlijke minuutjes.

Gewoon gelukkig dekt hier de lading niet van. Bijlange niet.

Tihany

Tihany

De Drie Rovers. Tihune’s lievelingstekenfilm. Het is ook meteen de énige tekenfilm die haar kan boeien. Zelfs zo sterk dat ik ‘m een tijdje geleden gebruikte om eens iets anders te doen met haar haren. Een uurtje duurde het, om haar fijne pijpenkrullerige kroezels op te draaien en vast te maken. Dan is een portie afleiding geen luxe maar pure noodzaak. Ondanks de scheve lijnen, was ik best content van het resultaat en madam zelf ook. Al wou ze toen nog niet in de spiegel kijken, maar dat is een ander verhaal. Dus moest ik er een foto van maken, zodat ze zichzelf kon bewonderen op de laptop. Het losmaken van de kroezelrolletjes enkele dagen later had waarschijnlijk tien keer zo lang geduurd, als Eli me niet had overtuigd om de elastiekjes op te offeren. Uiteindelijk ging ik ze te lijf met m’n lostornmesje, of hoe dat ook heet. Tihune was me immens dankbaar, want haar kroezels van rond die fijne elastiekjes losfrutselen, dat was geen pijnloze bedoening. En zo deed dat ding ook nog eens dienst, want kansen om de stikmachine nog eens deftig boven te halen, die ontbreken. We hebben gewoonweg zo’n lange tekenfilms niet.

Toen we De Drie Rovers voor het eerst zagen, dacht ik eerst dat ik ‘m snel weer zou moeten afzetten. Het begint namelijk met kleine springerige Tiffany die verdrietig is omdat ze geen mama en papa meer heeft. Ze protesteert dat ze niet naar het weeshuis wil. En het weeshuis zelf is ook niet meteen het toonbeeld van plezier. Zonder bieten ook geen liefde. De vreselijkste slogan die ik in lange tijd hoorde. Maar Tihune is er enorm door geboeid. Ze zou de film dagelijks kunnen zien. Tiffany blijft immers steeds vrolijk en doet haar best om alles en iedereen op de fleuren. Ze is heel dapper, zelfstandig en grappig, en redt samen met de rovers de andere weeskinderen. En, voor Tihune heel belangrijk, ze mag in het grote bed van de drie rovers slapen. En dat terwijl de hoofdrover eerst nog met over mijn lijk protesteerde. Dat vindt ze gewoonweg geweldig. Tiffany had net zo goed Tihune kunnen heten. Ze zei het net zelf. Tjoene eijelijk Tisjany. Prachtig, zo zelfbewust dat ze kan zijn.

Ik moet toegeven, zelf vind ik de tekenfilm ook geweldig. Ik hou meer van voorlezen dan van tekenfilms, maar deze is gewoon schitterend. Niet te druk, mooie kleuren, eenvoudige dialogen, half en half nog boek. Dus dan mag het. Dus houden wij tweetjes vandaag  thuis cinema met De Drie Rovers, terwijl grote broer en papa naar de echte cinema in Hasselt rijden. Ferre mag de finale van De Elfenheuvel gaan zien. En een poster krijgen. En de echte acteurs ontmoeten. En misschien zelfs met hen op de foto. Kortweg: het was één brok zenuwen die daarnet in de auto stapte. Zelfs onze kleine Tihany werd er nerveus van. Ze springboonde giechelend richting haar eigen film. Tisjany, Tjoene komt eraan!