Dit weekend had ik zelfgemaakte veggielasagna beloofd aan de kinders. Met gekleurde lasagnablaadjes die ik ergens niet kon laten liggen.
Maar toen gingen we kikkervisjes vangen. En nog meer plezants waar we laarzen voor nodig hadden.
Diezelfde dag werd er ook geracet. Op initiatief van grote broer die het fietstempo van kleine zus een tikkeltje had onderschat.
Een heerlijke dag. Maar we waren lichtjes uitgeput toen we weer thuiskwamen. En hongerig.
Twee uurs in de keuken staan was gewoonweg geen optie meer, dus werden het boterhammen. Met bloemsuiker om de gemoederen te bedaren. Nog steeds vleesloos, maar ik voelde me toch een klein beetje schuldig.
Al vind ik toch ook wel dat zoveel kinderpret af en toe wel eens voor mag gaan op een gezond en evenwichtig avondmaal. En vandaag werd het uiteindelijk goedgemaakt. Chance dat het een lang weekend was.
Samen met de gekleurde lasagna kocht ik ook een boekske met pestorecepten. Ahja, want pesto kunt ge ook maken met iets anders dan basilicum en pijnboompitten. Stel u voor! De revelatie van het jaar, wat mijzelf betreft. Want de kinders en ik zijn dol op pesto. En nu blijkt dat ge dat ook kunt maken met al de rest dat ik in den hof heb staan. Zelfs de salie, die daar anders maar schoon staat te wezen.
Zoals gebruikelijk heb ik het boekske snel doorgenomen om de mogelijkheden op te snuiven, om het dan opzij te leggen en in den hof in’t echt te gaan rieken wat er zoal bij elkaar zou kunnen passen. En bij de aubergine en courgette die ik al veel te lang had liggen in de groentenschuif.
Het werden dragon, peterselie, appelsientijm, oregano en een ietsiepietsie beetje rozemarijn. En vraag me niet hoeveel van elks, want dat was op’t gevoel. Enfin, op de geur. Weinig van het straffe, iets meer van het minder straffe, zoiets.
De appelsientijm bleek na het plukken toch wel redelijk sterk, maar ik kan zo moeilijk iets weggooien. Dus werd de overschot samen met wat pepermuntblaadjes een thee waar mijn volledige kroost om bijvroeg. Heerlijk aperitiefje, dat gaan we nog maken. Ik had die appelsientijm bij de theekruiden moeten zetten.
Al dat groens werd uiteindelijk gemixt met rode ajuin, look, pijnboompitten, parmezaan en wat tomatenpuree. En belachelijk veel olie natuurlijk.
Ik vond het resultaat redelijk straf. Maar de dochter had daar geen last van. Ik zei het al. Zot van pesto.
Qua kleurencombinaties vond ik het nu niet zo geweldig. Maar goed, de kinders vonden die streepjespasta toch echt wel geweldig.
Als’t helemaal af is, ziet ge die vreselijke compositie ook nie.
En een kwartier later al helemaal niet meer. Zelfs de gezinsoudste die al met z’n ogen draait als ie pesto hoort, nam twee keer bij.
Voila.
Goedgemaakt.
En nu gaat ge zien dat het nooit niemeer gaat lukken om dat nog eens te maken.













