Lasagna

Standaard

Dit weekend had ik zelfgemaakte veggielasagna beloofd aan de kinders. Met gekleurde lasagnablaadjes die ik ergens niet kon laten liggen.

Maar toen gingen we kikkervisjes vangen. En nog meer plezants waar we laarzen voor nodig hadden.

kikkervisjes2013 097

Diezelfde dag werd er ook geracet. Op initiatief van grote broer die het fietstempo van kleine zus een tikkeltje had onderschat.

kikkervisjes2013 014

Een heerlijke dag. Maar we waren lichtjes uitgeput toen we weer thuiskwamen. En hongerig.

Twee uurs in de keuken staan was gewoonweg geen optie meer, dus werden het boterhammen. Met bloemsuiker om de gemoederen te bedaren. Nog steeds vleesloos, maar ik voelde me toch een klein beetje schuldig.

Al vind ik toch ook wel dat zoveel kinderpret af en toe wel eens voor mag gaan op een gezond en evenwichtig avondmaal. En vandaag werd het uiteindelijk goedgemaakt. Chance dat het een lang weekend was.

Samen met de gekleurde lasagna kocht ik ook een boekske met pestorecepten. Ahja, want pesto kunt ge ook maken met iets anders dan basilicum en pijnboompitten. Stel u voor! De revelatie van het jaar, wat mijzelf betreft. Want de kinders en ik zijn dol op pesto. En nu blijkt dat ge dat ook kunt maken met al de rest dat ik in den hof heb staan. Zelfs de salie, die daar anders maar schoon staat te wezen.

Zoals gebruikelijk heb ik het boekske snel doorgenomen om de mogelijkheden op te snuiven, om het dan opzij te leggen en in den hof in’t echt te gaan rieken wat er zoal bij elkaar zou kunnen passen. En bij de aubergine en courgette die ik al veel te lang had liggen in de groentenschuif.

Het werden dragon, peterselie, appelsientijm, oregano en een ietsiepietsie beetje rozemarijn. En vraag me niet hoeveel van elks, want dat was op’t gevoel. Enfin, op de geur. Weinig van het straffe, iets meer van het minder straffe, zoiets.

De appelsientijm bleek na het plukken toch wel redelijk sterk, maar ik kan zo moeilijk iets weggooien. Dus werd de overschot samen met wat pepermuntblaadjes een thee waar mijn volledige kroost om bijvroeg. Heerlijk aperitiefje, dat gaan we nog maken. Ik had die appelsientijm bij de theekruiden moeten zetten.

Al dat groens werd uiteindelijk gemixt met rode ajuin, look, pijnboompitten, parmezaan en wat tomatenpuree. En belachelijk veel olie natuurlijk.

lasagna 007

Ik vond het resultaat redelijk straf. Maar de dochter had daar geen last van. Ik zei het al. Zot van pesto.

lasagna 015

Qua kleurencombinaties vond ik het nu niet zo geweldig. Maar goed, de kinders vonden die streepjespasta toch echt wel geweldig.

lasagna 011

Als’t helemaal af is, ziet ge die vreselijke compositie ook nie.

lasagna 040

En een kwartier later al helemaal niet meer. Zelfs de gezinsoudste die al met z’n ogen draait als ie pesto hoort, nam twee keer bij.

lasagna 047

Voila.

Goedgemaakt.

En nu gaat ge zien dat het nooit niemeer gaat lukken om dat nog eens te maken.

Portret

Standaard

Voor de liefhebbers: het familieportret.

IMG_6863

Ik kan u verzekeren dat het geen sinecure is om tien kiekskes allemaal tegelijk in dezelfde richting te doen kijken.

Het was bijna gelukt. Op het laatste moment doken er nog een paar weg. Ze werden alvast Ferre en Tihune gedoopt, de dwarsliggers.

Maar het zijn er dus wel degelijk tien. En ze kunnen al scharrelen en al.

IMG_6866

Wie mij als eerste kan vertellen hoeveel haantjes en hoeveel hennetjes het zijn, die krijgt er eentje kado.

Een haantje, wel te verstaan.

Miekespook

Standaard

Dialoogje tussen een microbiologe en haar vierjarige dochter op de achterbank.

Mama waarom moet jij eigenlijk werken?

Omdat ik voor mijn beestjes moet zorgen.

Kunnen jouw beesjes steken? Zoals bijtjes?

Nee, sommige diertjes kunnen steken, maar mijn beestjes niet. Ze zijn veel te klein.

Hoeveel klein zijn jouw beesjes?

Pieppiepklein. Je kan ze zelfs niet zien!

Hoe kan jij dan voor jouw beesjes zorgen, als jij die niet kan zien?

Ze zitten in een heel klein doosje, dus ze kunnen niet weg. Dan weet ik altijd dat ze daar in zitten.

Heb jij eigenlijk daarom een bril, om jouw beesjes te kunnen zien?

Nee, als ik ze echt wil zien, dan gebruik ik een microscoop. Die is veel sterker dan een bril.

Breng jij dan ook eens een miekespook mee naar huis? Ik wil jouw beesjes een knuffel geven.

Dat is lief, maar zo’n microscoop is heel erg zwaar. Die kan ik niet dragen hoor.

Roep jij dan ‘kooooomkomkom’ als jouw beesjes moeten komen naar de miekespook?

Dat zou leuk zijn, maar ze kunnen niet uit hun doosjes. Ik moet ze zelf dragen.

Hebben jouw beesjes beentjes?

Nee, ze hebben geen beentjes. En ook geen oogjes en oortjes en mondjes.

Oh nu snap ik het! Ze kunnen hemelaal niks zellef. En dan moet jij voor de beesjes zorgen. Eh mama?

Zo is het wel een beetje ja.

Als ik groter word, dan ga ik ook voor beesjes zorgen. Samen met jou. En die miekespook.

maladies6